Gisteren was het zover, de Managers Marathon Club Sinterklaasloop. Jong en oud verzamelden in het Osbroekpark in Aalst.

Een Sinterklaasloop zonder piet-en-sintSint, dat zou maar vreemd zijn, dus zond zijne Heiligheid een in traditionele outfit uigedoste afstammeling en een koppel zwarte roetpieten. Een van de meest energieke pieten die ik ooit heb gezien, kwam luid bellend de cafetaria binnen, zonder Sint… maar gelukkig zongen de kindjes uit volle borst de gekende liedjes, de ouders even enthousiast … maar dan wel binnensmonds, en gelukkig kwam de oude man aangeslenterd, zijn leeftijd waardig. Hij las een brief voor en constateerde dat alle kindjes braaf waren geweest. De Sint begaf zich vervolgens de ochtendkou in en was een aandachtige toeschouwer en supporter van de jonge lopertjes.
In de mistige kou werd er gelopen per leeftijdscategorie. Van jong naar oud kwam aan bod en het sportieve stond voorop. Hoe jonger het kind, hoe korter de afstand. En om ze tegen hun jeugdig (over)enthousiasme te beschermen, mogen ze het eerste deel niet voorbij de trainer, eens die zijn armen de lucht ingooit, mag het sprinten beginnen. Het plezier van het lopen staat voorop, geheel getrouw de waarden van de club. Kinderen komen al glunderend over de finish lijn, luid aangemoedigd door de volwassenen. Bij MMC de Kampioenen krijgt elk kind een medaille!

Ik was fier als papa om te zien dat mijn beide dochters er zo van genoten en zo hun best hebben gedaan. Ook de looptechniek van mijn oudste dochter mag er gerust zijn 🙂

 

Een goede voorbereiding is de helft van het succes, vandaar dat iedereen onder relatief onzachte dwang en op niet mis te verstane gebiedende wijze door vader Wilfried de warme cafetaria werd uitgejaagd om zich in de winterse temperaturen te gaan opwarmen… want het was wel “een wedstrijd”!

Vorig jaar heb ik aan den lijven ondervonden dat sommige van de marathonlopers 7 longen hebben, anderen een geweldige sprint en nog anderen een heel arsenaal aan trucjes kennen. Soms moet je gewoon slim zijn om te winnen, dat kan je bv. doen door  anderen het werk te laten opknappen, of hen de illusie te geven dat ze beter zijn en dan op het juiste moment genadeloos toe te slaan. De kunst beheersen om op het juiste moment je “cartouche” afvuren. Vorig jaar had ik 3 cartouchen op zak en ze te vroeg afgevuurd en finaal nog voorbijgesneld in de strijd om de 3de plaats, vakkundig gevloerd door een man die perfect wist wanneer hij zijn cartouche moest gebruiken.

Aangezien ik erop gebrand was om dit jaar slimmer te koersen en een podiumplaats te verzilveren en bovendien de mannen die “hors-categorie” zijn hun kat hadden gestuurd, had ik een tactisch plannetje beraamd. Omdat ik niet zeker was dat ik over 10km de snelste zou zijn en omdat ik mijn eigen grenzen eens wou opzoeken, had ik een “bluf”-strategie in gedachten. Een soort van “fake it till you make it“. Ik wou de anderen aan het twijfelen brengen door er als een gek vandoor te gaan en ze laten denken “laat die snotaap maar begaan, dat houdt hij niet vol, hij valt straks nog wel stil en dan rapen we hem lekker op”. Ik wou zo snel mogelijk op mijn ukkie een mooie voorsprong uitbouwen en zoveel mogelijk uit het zicht zijn. Want in het zicht blijven van een groepje van 5-6 ervaren rotten is gevaarlijk, die lopen je kapot. Alleen mag je dan niet stilvallen … en daar begon het toch wat te knagen.

Mijn trainer had me ingepeperd dat mijn conditie goed genoeg was om 10km te vlammen aan een tempo rond de 4min10 per kilometer. Hij gaf ook mee dat het pijn zou doen, maar dat ik die moest verbijten. Nou, dat klonk goed op papier, maar ik had toch serieus mijn twijfels of dit wel zou kloppen. Maar goed, “wie niet waagt blijft maagd” dacht ik … ik dus ervandoor aan een tempo rond de 4min per km (oftwel een slordige 15km per uur). Na een kilometer of 2 het tempo wat laten zakken naar 4min10 en geprobeerd om dat tempo aan te houden. Dat lukte aardig en ik bouwde stelselmatig mijn voorsprong uit. De laatste kilometers waren zwaar en ging het tempo wat naar beneden, maar de voorsprong was comfortabel. Daar kwam ik als eerste over de streep, mijn allereerste loop-overwinning ooit!

 

Met deze overwinning spoelde ik alvast een jeugd-trauma door. Ik was nl. in mijn jeugdige jaren geen sportieve hoogvlieger. Om eerlijk te zijn, was ik zelfs zo’n houten klaas dat mijn ouders lang dachten dat ik nooit als een soort van Pinoccio door het leven zou moeten gaan.

Ik heb lang judo gedaan en ik heb 1 keer een tornooi meegedaan en dat heeft welgeteld 4 seconden geduurd. Ik ging de tatami op, groette mijn tegenstander, nota bene van dezelfde club, grabbelde zijn kimono vast en voor ik het goed en wel besefte lag ik op mijn rug op de grond en was het Ippon, wat hetzelfde wil zeggen als “KO”. Bovendien was ik onzacht op mijn enkel terecht gekomen en kon ik naar de EHBO. Deze vroege ontgoocheling heeft mijn sportieve ambities toen wat gefnuikt… en mijn efficiënte zelve concludeerde toen: 3 uur van mijn tijd geïnvesteerd in het rijden naar de tornooi locatie, het omkleden, opwarmen, terug omkleden,… voor 4 seconden effectief benutte tijd. Economisch gezien geen goeie deal! Geen wonder dat ik later handelsingenieur ben geworden 😉

Terug naar het Sinterklaasfeest. Na het lopen en douchen, was het tijd voor de feestdis en de kadootjes. Tegen de 100 genodigden schoven aan en constateerden dat de sponsors van de club Sint weer erg gul waren geweest en tafels vol kadootjes stonden ons op te wachten. Per geslacht en per leeftijdscategorie werden de kampioenen een voor een afgeroepen in volgorde van aankomst. Iedereen werd op een warm applaus onthaald, volledig naar de familiale waarden van de club. Letterlijk iedereen werd afgeroepen en mocht kadootjes uitkiezen.

Iedereen kampioen dus bij MMC de Kampioenen!

Speelse groeten,

Bart