Beste lezers,

vorige week stierf mijn grootvader op 94-jarige leeftijd na een rijk en gevuld leven.

Opi” was mijn laatste grootouder die nog leefde. Met het heengaan van mijn dooppeter, neem ik afscheid van mijn 4 grootouders.

Ik heb het geluk gehad om mijn 4 grootouders lang en goed te kennen. Tot mijn 20ste had ik zelfs nog een overgrootmoeder. In 2006, toen ik 27 jaar was en net getrouwd, stierf pas mijn eerste grootouder. Mijn grootouders zijn allen tachtigers geworden en eentje zelfs een negentiger. Ze woonden in de buurt en ik had altijd veel contact met hen. Ik heb dus het geluk gehad hen allen goed en lang te kennen.

Mijn grootouders zijn eind jaren ’20, begin jaren ’30 geboren. Een generatie die als  jongvolwassenen de gruwelen van den oorlog (WOIII) hebben meegemaakt. Iets wat ze moeilijk onder woorden konden brengen, maar een enorme stempel op hen drukte. Het leerde hen veiligheid en de kleine dingen des levens te appreciëren. Ze waren gelukkig met weinig. Eenvoud sierde hen.

Het is de generatie die het land hielp herop bouwen na de oorlog. “Hard werken en niet klagen“, was vaak het motto. Zo werd een noeste Vlaamse werkmentaliteit gekweekt die tot op vandaag nog deel uitmaakt van ons DNA. De oorlog liet een economische puinhoop achter, maar in enkele jaren werkten ze die weg en brak een periode van enorme groei aan.

Mijn grootouders vonden het enorm belangrijk om hun kinderen meer kansen te kunnen geven dan ze zelf hebben gehad. Hun kinderen kunnen laten studeren, was een levensdoel. Een gouden generatie zag het licht. De babyboomers konden volop kon meeliften op de enorme economische groei die hun ouders in gang hadden gezet (ook al ging dat vaak met schokken).

Mijn grootvaders waren beide “man des huizes” die uit werken ging en voor zijn gezin zorgde. Mijn grootmoeders de “vrouw des huizes” die voor het gezin en het huishouden zorgde. Ze werkten eerst enkele jaren, leren hun man kennen en bleven thuis aan de haard van zodra er kinderen waren. Ze hadden geen rijbewijs, deden de boodschappen te voet of met de fiets. Mijn grootvaders waren thuis de baas en er moest naar hen geluisterd worden, zo ging dat toen. Van emancipatie was toen nog niet veel sprake… de rolverdeling was duidelijk. Mijn grootmoeders schikten zich in die rol, maar hadden wel in het huishouden de touwtjes (en financiën) stevig in handen en konden op een subtiele, slimme manier hun willetje vaak doordrukken.

Mijn grootouders zijn allen in de Brusselse noordrand terechtgekomen omdat ze op zoek waren naar een goede job. Ze kwamen uit Rotselaar, Wijgmaal, Mechelen en Laken en vonden een stekje in het toen nog erg landelijke Grimbergen en Meise. Ze kochten een huisje in een nieuwe verkaveling en gingen aan de slag bij een groot bedrijf. Mijn grootvaders hadden allebei een levenslange carrière bij overheidsbedrijven en waren erg fier op hun werk en werkgever ‘De Staat‘. Ze werkten tot aan hun pensioen en waren nog niet uitgeblust! Iets wat vandaag geen evidentie meer is…

Hun leefwereld beperkte zich veelal tot hun dorp. Ze waren er goed geïntegreerd en sociaal verstrengeld. Mijn grootmoeders hun sociaal leven speelde zich af in hun wijk, in de dorpswinkels, op de wekelijkse markt, bij de kapper, na de Hoogmis, tijdens de eetfestijnen van lokale verenigingen en aan de schoolpoort. Ze hadden een echte dorpsmentaliteit, ze kenden er iedereen en al hun verhalen. Iets wat vroeger zo evident was, maar vandaag niet langer evident is…

Mijn grootouders betekenen voor mij geborgenheid, warmte, onvoorwaardelijk liefhebben en eenvoud. Een vleug nostalgie en jeugdsentiment overvalt me. Nog vaak denk ik terug aan hen en zou zo graag nog een keer terugkeren in de tijd.

Nog 1 keertje een woensdagnamiddag bij meterke en opa… me overeten en direct erna de voetbalschoenen aantrekken en uren sjotten in den hof. Nog 1 keer de punten uit mijn rapport dicteren aan meterke, die het allemaal netjes noteerde in een van haar boekskes. Nog 1 keer met de kaarten spelen en een heerlijke pudding met muizestrontjes opeten voor de TV. Nog een laatste keer ingedekt worden door meterke en een kruisje krijgen op mijn voorhoofd. Nog 1 keer ’s morgens in bed kruipen bij opa en naar een van zijn boeiende verhalen of weetjes luisteren. Nog een laatste versgeperste appelsiensap drinken. Nog 1 keer te voet naar het dorp met meterke om boodschappen te doen en onderweg de eendjes eten geven. Nog 1 keer met omi op jaarlijkse uitstap naar een Belgische of buitenlandse stad. Nog een laatste keer haar schilderwerken op zijde of porselein bewonderen en luisteren naar haar sappig vertelde verhalen. Nog 1 keer haar horen wegdromen na het zien van een documentaire  over exotische bestemmingen. Nog een laatste keer graaien in de koekjestrommel en de rest van de koekjes mee naar huis krijgen. Nog een laatste grapje of kunstje van opi aanschouwen. Nog 1 blik op zijn laatste veroveringen van de rommelmarkten. Nog 1 keer in de dikke kunstboeken bladeren en schrik hebben voor de blaffende Duitse Scheper in de tuin. Nog 1 keertje met de kaarten spelen. Nog 1 keertje …

Mijn 4 grootouders waren allen fantastische mensen met elk hun eigenheid. Ze zitten elk van hen in mijn DNA. In mijn herinneringen leven ze voort. Ik wil van elk van hen graag een van hun sterktes in mij laten voortleven. Als het kan, wil ik ze doorgeven aan mijn kinderen en aan anderen.

Het ga je goed Meterke, ik wil jouw gastvrijheid, eenvoud en onvoorwaardelijke liefde laten voortleven in mij. 

Het ga je goed Opa, ik wil je sportiviteit, doorzettingsvermogen en filosofisch kantje laten voortleven in mij. 

Het ga je goed Omi, ik wil je creativiteit en dromerigheid laten voortleven in mij. 

Het ga je goed Opi, ik wil jouw sociaal engagement en standvastigheid laten voortleven in mij.

Met Speelse en nostalgische groeten,

Bart